Voor alle artikelen
klik op archief
Zending in een omgekeerde wereld
Historicus Gerrit de Graaf schreef een boek onder de titel 'De wereld wordt omgekeerd'. Hierin staat de vraag centraal hoe tussen 1956 en de jaren negentig de ontmoeting tussen de vrijgemaakt-gereformeerde zending en de Papoea's van Boven Digoel verliep. Een interview.



Gerrit de Graaf groeide op in Rouveen en zijn beeld van zending was in die tijd synoniem aan vliegtuigjes en paradijsvogels, gevormd door de lesbrief Met het oog op de zending uit Enschede en de avonturen van Wambo, uit de pen van kinderboekenschrijver Piet Prins. De belangstelling voor historisch onderzoek van de zending op Ned. Nieuw-Guinea/Irian Jaya/Papoea werd gewekt toen ´50 jaar zending´ in zicht kwam. Na twee jaar theologiestudie en een afgeronde studie geschiedenis deed hij een promotieonderzoek naar de historie van de zending op Papoea.
Vier jaar dook hij onder in de historie die vrijgemaakte blanken en heidense Papoea’s met elkaar schreven. Soms was dat een eenzaam bestaan tijdens het uitpluizen van duizenden rapporten en boeken. Vaak ook heel interessant tijdens de gesprekken met oud-zendelingen en onderzoek in Canada en Papoea. 1 maart promoveert Gerrit Roelof de Graaf (31) tot doctor in de theologie aan de TU in Kampen. De titel van zijn proefschrift is De wereld wordt omgekeerd. Culturele interactie tussen vrijgemaakt-gereformeerde zendelingen en zendingswerkers en de Papoea's van Boven Digoel (1956-1995) De Graaf beschrijft de eerste periode van de zending. 1995 noemt hij een breuklijn in de geschiedenis van de relatie tussen Nederland en Papoea. De tweede generatie zendelingen zwaaide af en een derde generatie kwam, die de tumultueuze ontwikkeling naar zelfstandigheid van de Papoea-kerken moesten begeleiden. “Dat is allemaal nog te recent en het stof moet eerst maar wat neerdalen,” concludeert De Graaf. In zijn onderzoek komt duidelijk naar voren hoe de blanke zendelingen in de beginperiode tegen de Papoea’s aankeken. Kernachtig vat een zendeling samen ‘lui, primitief en seksueel geobsedeerd’.
Hoe keken de Papoea’s tegen de blanken aan?
“Dat is heel moeilijk te zeggen. Alles wat ik weet, is gebaseerd op blanke bronnen. Ik heb wel mensen op Papoea geïnterviewd, maar zij hebben natuurlijk herinnering aan de laatste ongeveer tien jaar. Hun antwoorden en herinneringen zijn, net als de onze, gekleurd en wellicht sociaal wenselijk geformuleerd. Je krijgt dat dus moeilijk in beeld. Er is weinig geschreven materiaal. Er zijn wel door Papoea’s geschreven verslagen en notulen van bij voorbeeld classisvergaderingen, maar je weet nooit in hoeverre die geschreven zijn met een souflerende zendeling op de achtergrond. Duidelijk is wel dat de Papoea’s aanvankelijk de blanken opnamen in hun eigen mythologie, die sterk door geesten was bepaald.”
Hoe verliep de culturele interactie tussen vrijgemaakte zendelingen en Papoea’s?
“Die was er in de beginperiode nauwelijks. Zondags belegden de zendelingen samenkomsten, waarvoor ze de Papoea’s uitnodigden en waarvoor ze de huizen langs gingen. Dat werd door de overheid gestimuleerd. De boodschap die ze brachten, moest worden getolkt, bij voorbeeld door iemand die uit de gevangenis in Tanah Merah was geplukt. Dat betekende een vaak onsamenhangend en onbegrijpelijk verhaal. De Papoea’s bleven de blanken zien als buitenstaanders. Hun wereldbeeld was geconcentreerd op de eigen clan.”
De Papoea’s veranderden; de zendelingen ook?
“Ongetwijfeld. Maar zendelingen reflecteren daar nauwelijks over in hun rapportages. Ik kan het niet uit de bronnen bewijzen, maar ik heb het idee dat ze meer besef kregen van harmonie en dat ze meer relatie- dan taakgericht werden. Je moet beseffen dat ze er naartoe gingen om Papoea’s te veranderen en niet zichzelf.”
Hadden de eerste zendelingen een concrete zendingsmethodiek voor ogen?
“Het evangelie brengen. Ze hadden theologie gestudeerd en dat was het. Ze gingen er onbevangen naar toe, niet gehinderd door enige antropologische kennis. Zonder enige reflectie werd er samengewerkt met de overheid, die bij voorbeeld dorpsvorming stimuleerde. Die concentratie in dorpen had een enorme impact. Voorop stond: je moet de overheid eren. Dat was ook de lijn die gekozen werd tegenover de OPM, de bevrijdingsbeweging die erg actief was rond Kawagit. Werken met en voor de OPM was tuchtwaardig. Maar dat wil niet zeggen dat OPM’ers bij de overheid werden aangegeven. Tegenover het onafhankelijkheidsstreven van de Papoea’s stond men niet onsympathiek. Excessen werden gemeld of nu Papoea’s of militairen daarvoor verantwoordelijk waren. Het is voor mij een raadsel, waarom het leger nooit hardhandiger heeft ingegrepen. Duidelijk is ook wel dat zendelingen nauwelijks wisten van schending van mensenrechten door militairen in andere delen van Papoea. Wat zendingsmethodiek betreft: de tweede generatie zendelingen was veel beter op de hoogte van wat er op breed oecumenisch terrein aan de hand was. Men had een bredere focus. Er was soms praktische samenwerking, maar inhoudelijk volstrekt niet. Op onderwijsgebied was er samenwerking met de evangelischen. Qua missiologie had men een duidelijk eigen verhaal. Hoe maken we de antithese en elenctiek relevant voor de Papoea’s. Men was van de profetische monoloog. De mensen moesten voor een keus gesteld worden. De dialooggedachte werd pertinent afgewezen. De tweede generatie was veel meer bezig om mèt de Papoea’s er achter te komen wat bruikbaar is vanuit de Papoea-gedachtewereld, een soort christelijke hertaling. De Papoea-evangelisten werden daardoor vaak radicaler dan de blanken. Er ontstond ook een cultureel vacuüm. Men had ook geen methodische samenwerking met de zending van de Gereformeerde Gemeenten. Op persoonlijk gebied was er wel contact en werden er materialen uitgewisseld, maar dit was niet institutioneel. Dit kwam vooral door de situatie in Nederland, waar samenwerking bij voorbaat kansloos was.”
Wat was de inhoud van de preken, die gehouden werden?
“Daar is weinig van terug te vinden. Er zijn nauwelijks preken bewaard gebleven. Ds. Drost zei destijds ‘ik begon gewoon bij Genesis 1’. Duidelijk is in ieder geval dat er gepreekt werd in de vrijgemaakte traditie van na de oorlog: heilshistorisch en een zwaar accent op het verbond.”
Werd er op Papoea een vrijgemaakte kerk geplant?
“In ieder geval een gereformeerde kerk. De structuren lagen vast. De structuren met kerkenraad en classis vormden een garantie tegen dominocratie en dwaalleer. Het was niet de vraag òf er een classis moest komen, maar meer wanneer dat zou gebeuren. De classis werd gezien als leerschool: wat behandel je wel en wat niet.”
Op Papoea werkten destijds vier zendende kerken, die ieder in Nederland door kerken in de regio werden gesteund. Daarnaast waren drie ‘barmhartigheidsorganisaties’ actief: Mesoz, Meschobor en Hulp aan verre naasten, die in theorie los van de zending opereerden. Dit werd principieel onderbouwd, want woordverkondiging en medische en onderwijshulp mocht niet geïntegreerd worden. Geen ‘comprehensive approach’. De vier zendende kerken hadden ieder een terrein binnen wat het ZGK-gebied werd genoemd. De kerk van Groningen stationeerde zijn zendelingen in Kouh, Spakenburg in Kawagit, Enschede in Boma en Toronto (Canada) in Manggelum. De zendelingen probeerden het beste te maken van wat De Graaf noemt ‘de zelfgeschapen chaos’. Onderling waren de kerken het vaak niet eens. Toen ‘Groningen’ het zendingswerk onder de Korowai-stam wilde beginnen, hadden de andere kerken grote bedenkingen: eerst moest maar geconsolideerd worden waaraan men was begonnen en moest een theologische opleiding meer inhoud krijgen. Verder was er verschil van mening over het moment waarop bekeerlingen gedoopt mochten worden en of Papoea-predikanten door Nederland mochten worden betaald. De zendelingen probeerden er meestal onderling wel uit te komen en dan volgden de zendende kerken meestal wel. Die verenigden zich in de zogenoemde ‘Commissie van Overleg’ (CvO), die – bemand door vrijwilligers die allemaal hun best deden - echter weinig toevoegde, geen beslissingsbevoegdheid had en de zaak alleen maar stroperiger maakte.
Het gebied in (destijds) Ned. Nieuw-Guinea, dat de vrijgemaakte zending werd toegewezen, werd wel gekarakteriseerd als ‘the devil’s own country’. De leefomstandigheden waren er beroerd: veel ziekten, moerassig, weinig vruchtbaar. De zending bracht ook materiële welvaart, omdat het een grote werkgever was. Daardoor dreigden de Papoea’s met een ‘zilveren koorde’ aan de zending verbonden te raken. Aanvankelijk was er een te simpele visie op de economische ontwikkeling van het gebied. Projecten op het gebied van landbouw en handnijverheid mislukten en tenslotte heeft ook De Verre Naasten zich op dit gebied teruggetrokken. De instelling van de gemiddelde Papoea in dat gebied is daar niet vreemd aan. Men heeft, als jager/verzamelaar eigenlijk nooit honger gekend en het zich hechten aan de eigen clan maakte dat men helemaal geen probleem had met afhankelijkheid. “De problemen zijn echter te complex om dit als afdoende verklaring te beschouwen. In mijn boek spreek ik vooral over verschillende spanningsvelden die door elkaar heen lopen in het leven van veel Papoea's,” zegt De Graaf.
Wat vind je van de stelling ‘de blinde heidenen wilden maar wat graag spiegels en kralen, ook als de prijs daarvan het christendom bleek te zijn’?
“Dat is te simpel. Bekering kun je op verschillende manieren analyseren en beoordelen. Als historicus kijk ik vooral naar buitenkant-factoren, maar probeer ik tegelijkertijd motieven en getuigenissen wel serieus te nemen. Als christen ligt de focus, voor protestanten op de oprechtheid van het gebeuren (bij belijdenis moeten je woorden een oprechte uiting zijn van je overtuiging). De binnenkant, het hart, kan alleen God beoordelen. Bij de katholieke missie lag er meer accent op het invoegen in de katholieke kerk..”
Je concludeert in je proefschrift dat de Papoea’s anno 2012, volgens eigen zeggen leven in een ‘minder angstige maatschappij’.
“Ja, vroeger leefde men op zijn erfgrond, omringd door boze geesten en potentiële vijanden, een permanente angst voor buitenstaanders en zonder medische voorzieningen. Doordat men christen werd en in een kampong ging wonen, nam het besef toe dat geesten minder invloed hebben. Ook bij christenen blijft echter vaak het besef dat ziekten je niet zomaar treffen en dat iets of iemand ervoor verantwoordelijk moet zijn. Ik denk overigens wel dat de zendelingen wat verstandelijk met die geestenwereld zijn omgegaan. Ze hebben weinig oog gehad voor de demonenwereld en mogelijke demonische belasting.”
Hoe zie jij de toekomst van de kerk op Papoea?
“Lastige vraag. Ik ben benieuwd waar de kerk naartoe gaat in een gebied dat zich niet ontwikkelt. Zorg is een groot woord. Menselijk gezien ziet het er niet best uit. Dat de kerk nu geleid wordt door de Papoea’s zelf is positief. Er spreekt trouw uit dat er bereidheid is de relatie met Nederland voort te zetten. Het is prachtig dat er nu een doorstart is.”
Gerrit de Graaf heeft een onderzoek naar de historie van de vrijgemaakte zending afgerond en stond versteld van de openheid van degenen die onderdeel van die historie uitmaken. Hij kreeg toegang tot alle archieven. Inmiddels is hij zo betrokken geraakt dat hij zelf onderdeel van de Papoea-geschiedenis wil worden: hij heeft gesolliciteerd op de functie van programmamedewerker voor de stichting CEVEO. Hij is per 1 maart benoemd en hoopt eind van dit jaar met zijn echtgenote en drie kinderen naar Papoea te vertrekken, waar hij inmiddels (bijna) alles van weet. Naar een wereld die werd omgekeerd.
Tekst Tjerk S. de Vries. Foto´s © J.W. Meijer
Foto´s:
1958: op tournee. Bivak opslaan in Kenamberop. Links onderwijzer Jan Meijer met ds. Jan van Benthem.
De zendingsboot Ichtus vaart om de Mappi met als zendingsmensen aan boord v.l.n.r. J.W. Meijer, ds. M.K. Drost, mw. G. van Benthem, ds. J. van Benthem, ds. C.A. Versluis (1958)
Zuster Annie Havinga toont een pasgeboren baby aan één van de zendingskinderen.
Gerrit Roelof de Graaf
Archief > 2012 > mei
- 02-05-12 15:10 - Kringloop van genade
- 02-05-12 15:08 - Indonesië - PAPOEA
- 02-05-12 15:06 - Indonesië - SOEMBA
- 02-05-12 14:30 - Indonesë - SETIA
- 02-05-12 14:26 - Indonesië - LITINDO
- 02-05-12 14:22 - DR Congo - URCC - CMP-Pygmeeën
- 02-05-12 14:20 - Oeganda
- 02-05-12 14:18 - Column / ALGEMEEN BESCHAAFD … EH … ASDODITISCH
- 02-05-12 14:14 - Benin - ERCB en Bijbelvertalen
- 02-05-12 14:11 - India
- 02-05-12 14:07 - Zuid - Afrika
- 02-05-12 14:01 - Zuid - Afrika
- 02-05-12 13:54 - Jezus Christus: Koning over alle volken
- 02-05-12 13:50 - Oekraïne
- 02-05-12 13:14 - Kenia
- 02-05-12 13:11 - Media - projecten
- 02-05-12 13:06 - Gesloten gebieden
- 02-05-12 13:02 - Brazilië
- 02-05-12 13:00 - Venezuela
- 02-05-12 12:17 - Nederland
- 02-05-12 11:43 - Hee Lilian,