Skip links
Inhoud

Diaconale steun voor Benin: wat & hoe?

donderdag 01 maart 2012 10:45 Hebben wij in het rijke Westen de plicht om te zorgen voor de arme medemens in Benin? Zo ja, hoe dan? Daar worstelt de Benin Commissie (BC), die de contacten met de kerk (ERCB: Eglise Réformée Confessante au Bénin) onderhoudt, regelmatig mee. Want we zien veel nood. Er is veel ziekte.

Dat er iets gedaan moet worden, staat voor de meeste christenen als een paal boven water. Maar hoe? Tim Keller geeft richting in zijn boek: Ruim baan voor gerechtigheid (2011, Van Wijnen). Hij onderscheidt drie niveaus: steun, ontwikkeling en maatschappijhervorming. We herkennen dat onderscheid vanuit onze ervaringen in Benin. Het gesprek met de ERCB gaat vaak over steun en ontwikkeling.  

Steun

Steun is diaconaat dat door de ERCB-kerkleden zelf wordt geboden aan (kerk)mensen. Dat is hulp die goed kan worden ingeschat en gegeven, omdat ze in een persoonlijke relatie geboden wordt. Heel vaak komt daar geen geld bij kijken: het gaat erom jouw leven (of: wat je van God ontvangen hebt) te delen met anderen. Als er wel iets betaald moet worden (bijv. voor medicijnen), kunnen de kosten door een rijk iemand uit jouw netwerk of vanuit de diaconale kas van de kerk betaald worden.

Ontwikkeling

Op het niveau van ontwikkeling kunnen we als buitenlandse partner - in aanvulling op eigen inspanningen van de ERCB - wel een voorzichtige rol spelen. Dan ondersteunen we via de kerk (of een aan de kerk gerelateerde, diaconale organisatie) personen, gezinnen of zelfs een hele gemeenschap zo dat mensen beter voor zichzelf kunnen zorgen. Te denken valt aan projecten rond schoolgeld en kleinschalige landbouw (verwerken/verkopen van producten): met kortdurende, concrete projecten wordt de armoedespiraal bij (kerk-)mensen doorbroken. Werken aan ontwikkeling is tijdrovender, ingewikkelder en duurder dan directe steun.

In onze relatie met de ERCB merkten we in de afgelopen jaren dat:

• projecten waren uitgegroeid tot grootschalige,
  sociaal-economische programma’s die niet meer
  aansloten bij de capaciteit van de ERCB: het was
  ‘hun ding’ niet meer;

• hulp tot verkeerde verwachtingen leidde (over
  schoolgeld, onkostenvergoedingen), tot
  afhankelijkheid van hulp en tot gebrek aan
  eigen initiatief;

• tijd nodig is voor bijbels onderricht en
  kadervorming, om zodoende als ERCB
  na te denken over kerk-zijn in de
  eigen context;

• er in de relatie ERCB-BC teveel zelf
  werd bedacht en uitgevoerd, zonder
  gebruik te maken Beninse expertise.

Eigen verantwoordelijkheid

De ERCB onderkent de eigen verantwoordelijkheid ook. Men ziet om naar de naaste en heeft als plan om zelf voor elke gemeente een akker te huren om met de opbrengsten daarvan inkomen te genereren voor o.a. diaconaat. Het gesprek hierover houdt onszelf ook een spiegel voor: in hoeverre heb ik de ondersteuning van hulpbehoevenden ‘uitbesteed’ aan diaconieën of daartoe opgerichte  organisaties? Wat doe ik zelf in het omzien naar mijn dichtbije naaste door concrete steun te bieden? Diaconaat (het Woord trouwens ook) gaat pas leven als er sprake is van relatie. Met God en met je naaste. 

Tekst en foto’s: Pieter Messelink (met input van verschillende leden van de Benin Commissie), programmamedewerker Benin bij De Verre Naasten en lid van de Benin Commissie.

Foto: Na een kerkdienst wordt de opbrengst van de collecte geteld.

«Terug







Snelkoppelingen